Een verbazingwekkende ervaring
Het zal ergens in 1958 geweest zijn dat het Blindenkoor van Bartimeus optrad in de Wilhelminakerk in Rotterdam-Feyenoord. De organist was Stoffel van Viegen, de dirigent Mees van Huis, de soliste Dé van Oenen. De kerk was afgeladen vol: het koor was beroemd en het orgel was bijzonder.Plotseling viel tijdens het concert het licht uit in de stampvolle kerk. Wat gebeurde er? Het koor zong door! Dat was de eerste verbijstering wekkende ervaring. De meer dan duizend aanwezigen hielden hun hart vast. Stel, dat je een totaal donkere kerk zou moeten verlaten via trappen en gangen waarvan je de weg op de tast moest vinden. De blinden zongen door, lazen immers hun muziek van braille-pagina’s en hadden van de uitval geen enkele hinder. Maar… het orgel speelde ook door! Dat was de tweede verbazingwekkende ervaring. De lamp op het orgel bleef nota bene ook branden. De organist zal dus evenmin iets gemerkt hebben van wat zich in de stampvolle kerk afspeelde. Hoe kon dit? Ach, het orgel met haar motoren voor de windvoorziening bleek op een eigen elektriciteitsgroep te zijn afgestemd.Doordat het concert dus gewoon doorging – de dirigent zal de muziek ook uit zijn hoofd hebben gekend -, ontstond er geen paniek. Het duurde erg lang eer de lampen weer brandden. Niemand wist toen nog de verklaring. Die werd later gezocht bij de geluidopnemers.Vermoedelijk waren mensen die met bandrecorders het
concert opnamen de schuldigen: zij vergden voor hun apparatuur meer
stroom dan de elektriciteitscapaciteit van de kerk kon trekken.
|